Het lampen-leed is geleden
.
Nieuwe lampenkamers op de mijnen laura en Julia
.
.
.
DE LAMPENMISÈRE van de laatste jaren op de mijnen Laura en Julia behoort definitief tot het verleden. Op de eerste dag van het nieuwe jaar werden op beide mijnen nieuwe lampenkamers in gebruik genomen, welke een aanwinst voor de onderneming mogen worden genoemd. Het zijn frisse en fraai ingerichte ruimten waarover lampenmeester Albert Nacken de scepter zwaait en waar de lampenisten Toon van Hattum (Laura) en Martin Hanssen (Julia) verantwoordelijk zijn voor een dagelijkse goede gang van zaken. De mijnen van Eygelshoven hadden dringend behoefte aan een nieuwe "lampeboed". Wat is er na de bevrijding. noodgedwongen al niet gesukkeld met de mijnlampen? De Duitsers hadden bij hun overhaaste vlucht toch nog kans gezien de lampen voorraad
van de Laura en Julia grondig te plunderen. Goed 2000 prima lampen verdwenen over de
oostgrens en men heeft er nooit meer iets van teruggezien. De onderneming bleef hierdoor met een vrijwel onoplosbaar probleem zitten, dat een ernstige belemmering vormde bij het opnieuw starten van de steenkoolproductie. Het was bij de Laura en Vereniging voor de oorlog zo geregeld, dat de mijnlampen die ondergronds werden gebruikt niet het eigendom waren van de onderneming. De lampenkamers waren ingericht door een firma, in dit geval de Duitse firma Dominit, terwijl de mijn het gebouw beschikbaar stelde en aan de firma een z.g.
 
  .
 
Na de dienst plaatsen de ondergronders van de mijn Laura hun lampen aan het loket van de lampisterie op een transportbandje; de lampen gaan dan "vanzelf" naar lampenist Eduard Palstra (hieronder), die ze openmaakt en op een transportwagen zet. De lampen worden, zo nodig, gerepareerd en opnieuw geladen.
 
.
 
.
lampenprijs per dienst betaalde. Toen de lampenkamers bij de bevrijding werden geplunderd en de contacten met de lampen firma Dominit waren verbroken, was de Laura en Vereniging genoodzaakt de ondergronders in eigen beheer van lampen te gaan voorzien. Doch er stonden vrijwel geen lampen ter beschikking. Allereerst werden alle oude benzinelampen welke op het bedrijf lagen opgeslagen, van stof ontdaan, zo nodig gerepareerd en wederom in bedrijf genomen. De Amerikanen stonden wat benzine af en de werkzaamheden ondergronds konden - zij het op bescheiden schaal - beginnen. In December 1944 kwamen 500 draaglampen met zuurvulling uit België, terwijl in de zomer van 1945 nog eens 300 zuurlampen werden geleverd. In het voorjaar van 1946 slaagde men er in wat Zweedse handlampen op
.
Lampenreperateur Paul Kitzen neemt de accu van een petlamp uit elkaar. Rechts: lampenist Frans Tilburgs verzorgt de benzineveiligheidslampen, welke vooral van belang zijn omdat ze ondergronds de aanwezigheid van mijngas kunnen aantonen.
 
   
Voorman Martin Hanssen vult de accu's van beambtenlampen bij met gedestilleerd water. Rechts: Sjaak Stams maakt met een magneet de accu's los van het lampenlichaam en zet de lampen opzij, die na de dienst zijn ingeleverd.
 
   
Lampenmeester Alberf Nacken bepaalt hef koolzuurgehalte van kaliloog. Rechfs : lampenist Sjaak Stams tapt gedestilleerd water af. Het vullen van de accu's en het bedrijfsklaar maken van de lampen moet met zorg geschieden.
 
   
Lampenist Alex Schings, die reeds 42 jaar de mijnlampen verzorgt, maakt de koplampen dicht, nadat de accu's zijn geladen. Rechts: In een onbewaakt ogenblik geeft Hub Hodiamont, 1e jaars O.V.S.-er, een mijnlamp uit; dit werk is voorbehouden aan de lampenist !
 
.

de kop te tikken, en nog later ook Zweedse petlampen. duizend Engelse draaglampen, fabrikaat Nife, werden tussen April en november 1946 aangevoerd. Ten slotte werd de voorraad benzinelampen in die jaren aangevuld met een aantal lampen van Tsjechisch fabrikaat. In de lampenkamers van de mijnen Laura en Julia was zo langzamerhand een allegaartje aan mijnlampen bijeen gebracht, waarvan de mannen die met de zorg voor de lampen waren belast, pijn in het hoofd kregen. de mijnlamp is voor de ondergronder wat de leest is voor de schoenmaker, d.w.z. onmisbaar. Op zijn lamp moet hij onder alle omstandigheden kunnen vertrouwen. Dit is slechts mogelijk wanneer de lamp van degelijk maaksel is, en aan zeer speciale eisen voldoet. En juist in dit opzicht mankeerde er nog wel iets aan het samenraapsel van mijnlampen waarmee men zich op de Laura en Julia na de bevrijding noodgedwongen moest helpen. Zo moet een mijnlamp o.a. berekend zijn op mijngasgevaar ondergronds. De lamp moet goed dicht zijn om loogverbranding te voorkomen, zodat zij ook de vereiste 16 uur licht geeft. De fabricage van deugdelijke en duurzame mijnlampen is specialistenwerk, waarbij de fabrikant volledig bekend moet zijn met de bestaande toestanden ondergronds.

.
.
Martin Hanssen, die 32 jaar met mijnlampen omgaat, zet accu's van beambten-
lampen in het rek, waarin ze opnieuw worden geladen voor de volgende dienst.
.
Het lampenleed bij de Laura en Vereniging is nu echter geleden. Alle oude en minder goede lampen zijn opgeborgen, en in de plaats daarvan zijn nieuwe Friemann en Wolf pet- en handlampen gekomen, welke uitstekend voldoen. Van de rug van lampenist Martin Hanssen, die nu 32 jaar de mijnlampen van de Laura en Vereniging verzorgt, en die alle ondergronders van de Julia met werknummer en al uit de mouw schudt, is een zware last afgewenteld. Ook lampenist Alex Schings, die 42 jaar voor de onderneming lampen repareert, krijgt nu weer kans vrijer adem te halen. En de mijnwerkers? Lampenkamers hebben in hun ogen geen goede naam. Van tijd tot tijd staat op hun loonkaart aan de creditzijde een bedrag genoteerd, dat hen er aan herinnert, dat men niet straffeloos zijn eigen mijnlamp kan beschadigen. In zo'n geval groeien lampenisten tot ware psychologen, wier taak het is gerezen moeilijkheden met tact op te lossen. Doch beschadiging van de mijnlampen zal nu wel minder worden, want zo'n beschadigde lamp zou schril afsteken tegen al dat blinkende nieuwe, dat zowel in de "lampeboed" van de Laura als in die van de Julia het oog streelt.
.